Zelf kussens maken: van passende vulling tot een nette hoes
Zelf kussens maken begint met de juiste vulling en afmetingen. Voor een vormvast zitkussen maak je een passende schuimkern en een hoes die ook ruimte biedt aan de dikte. Voor een zacht sierkussen kun je losse vulling of een bestaand binnenkussen gebruiken. Daarna bepaal je het patroon, knip je de stof en naai je de hoes.
In deze handleiding werk je een rechthoekig schuimkussen uit met een afneembare hoes. Je leest ook hoe de aanpak verschilt bij een sierkussen. Zo kies je de werkwijze die bij jouw project past.
Kies eerst het type kussen en de vulling
Een zitkussen moet bij de ondergrond, belasting en jouw gewenste zitgevoel passen. Voor een kussen met een vaste vorm is een schuimkern een logisch uitgangspunt. Schuimwinkel biedt bijvoorbeeld koudschuim HR40 als medium harde kwaliteit, polyether SG35 als medium soepel en polyether SG40 als stevige variant. Vergelijk het actuele aanbod voor zitkussens en kies op toepassing, hardheid en dikte.
Het SG-getal geeft de dichtheid aan, niet de hardheid. Een hoger getal betekent dus niet automatisch dat het kussen steviger aanvoelt. Gebruik de productomschrijving en vraag bij twijfel advies voor jouw gebruik.
Voor een zacht sierkussen is een plooibare vulling vaak prettiger dan een rechthoekig schuimblok. Denk aan een passend binnenkussen of losse fiberfill. Bekijk de verschillende soorten kussenvulling. Losse vulling en een schuimkern vragen elk om een andere hoesconstructie.
Wat heb je nodig om zelf kussens te maken?
- Passende schuimvulling of een binnenkussen.
- Stof, naaigaren en een rits die bij het project passen.
- Meetlint, liniaal, papier voor het patroon en naaikrijt.
- Een stofschaar, spelden of stofclips.
- Een naaimachine met geschikte naald en eventueel een ritsvoet.
- Een geschikt scherp mes en een stabiele snijondergrond als je het schuim zelf snijdt.
Begin bij voorkeur met één eenvoudig rechthoekig kussen. Maak dat eerst passend voordat je meerdere identieke hoezen knipt. Voor rondingen, schuine zijden of een afwijkende vorm maak je een mal en een patroon dat die vorm volgt.
1. Meet de plek en bepaal de schuimmaat
Meet de lengte en breedte van de zitting of de plek waar het kussen komt. Bepaal daarnaast hoeveel dikte daar past. Bij een bestaande hoes moet de nieuwe kern ook aansluiten op de afmetingen en vorm van die hoes.
Een oude vulling kun je als voorbeeld gebruiken als hij nog goed past. Neem ingezakte of vervormde randen niet zonder controle over. Test bij twijfel eerst een papieren mal op de zitting.
Noteer de schuimmaat zonder naadtoeslag. Naadtoeslag is extra stof voor de naden. Die tel je pas op bij het tekenen van de hoes, niet bij het bestellen of snijden van de kern.
2. Maak de schuimkern passend
Laat nieuw schuim na het uitpakken eerst op vorm komen volgens de productinstructies. Teken de gewenste omtrek af en snijd het materiaal op een vlakke, stabiele ondergrond. Druk het schuim tijdens het snijden niet plat.
Lees voor de gereedschapskeuze en snijtechniek onze uitleg over schuimrubber snijden. Pas de kern op de bedoelde plek voordat je het definitieve stofpatroon maakt.
3. Kies de stof en bepaal het onderhoud
Kies stof die past bij hoe je het kussen gebruikt. Voor een regelmatig gebruikt zitkussen zijn de geschiktheid voor meubelbekleding, slijtvastheid en onderhoud belangrijk. Voor een sierkussen spelen ook het gevoel en de uitstraling mee. Bekijk de beschikbare meubelstoffen en controleer de eigenschappen van de gekozen stof.
Wil je de hoes wassen? Controleer dan vooraf het wasvoorschrift en of je de stof vóór verwerking moet wassen. Een rits maakt een hoes afneembaar, maar maakt de stof niet vanzelf machinewasbaar.
Voor buitenkussens moet je ook de geschiktheid van stof én vulling voor die omstandigheden controleren. Een waterafstotende hoes maakt gewoon kussenschuim niet waterbestendig. Laat het kussen droog worden en berg het droog op.
4. Teken het patroon en knip de stof
Voor een rechthoekig schuimkussen met rechte zijkanten kun je een hoes maken uit een bovenpand, een onderpand en vier zijpanden. De zijpanden geven ruimte aan de dikte. Twee vlakke lapjes zijn voor zo'n kussen geen vervanging voor een passend patroon.
Onderstaand rekenvoorbeeld geldt voor een schuimkern van 50 × 40 × 6 cm, zonder extra omwikkeling, met 1 cm naadtoeslag aan iedere rand. De rits komt in de naad tussen het onderpand en het achterste zijpand.
| Stofdeel | Aantal | Knipmaat |
|---|---|---|
| Boven- en onderpand | 2 | 52 × 42 cm |
| Lange zijpanden | 2 | 52 × 8 cm |
| Korte zijpanden | 2 | 42 × 8 cm |
Dit is een basisvoorbeeld, geen vaste knipmaat voor ieder kussen. Gebruik bij stretchstof, een extra vullingslaag of een andere ritsconstructie een passend patroon en maak eerst een proefhoes. Teken behalve de kniplijnen ook de stiklijnen en hoekpunten af. Controleer bij bedrukte stof de richting van het patroon.
5. Naai de hoes en plaats de rits
Test de steek, naald en draad eerst op een reststuk. Werk rafelende stofranden af met een passende zigzag- of overlocksteek. Naai het rekenvoorbeeld steeds met 1 cm naadtoeslag.
- Leg de zijpanden met de goede kanten tegen elkaar en naai de korte uiteinden aan elkaar. Zo ontstaat een ring die om de schuimkern past.
- Leg het onderpand en de achterzijde van de ring met de goede kanten tegen elkaar. Plan daar een ritsopening die ruim genoeg is om de kern te plaatsen.
- Naai de achterste naad aan de uiteinden dicht en rijg het gedeelte voor de rits tijdelijk met grote steken. Stik de rits met een ritsvoet achter die naad vast en haal de rijgsteken bij de opening weg.
- Naai de rest van het onderpand aan de zijring. Laat de hoekpunten aansluiten en voorkom dat je de stof tijdens het naaien uitrekt.
- Laat de rits deels open en naai het bovenpand aan de andere rand van de zijring. Stop bij de gemarkeerde hoekpunten om het werk te draaien, zonder plooien mee te stikken.
Controleer de naden en rits voordat je de hoes keert. Bij dikke stof of een ingewikkelde vorm is een uitgebreider naaipatroon verstandig. Het helpt om de hoes eerst te rijgen en te passen voordat je alles definitief vaststikt.
6. Vul de hoes en controleer de pasvorm
Keer de hoes met de goede kant naar buiten en werk de hoeken voorzichtig uit. Schuif de schuimkern door de ritsopening en verdeel hem gelijkmatig in de hoes. Trek aan de stof rondom de kern, zonder de rits of naden te forceren.
Het kussen moet vlak liggen, met de naden op de randen. Trekt de hoes de kern krom, controleer dan de maten en stiklijnen. Is de hoes te ruim, bepaal eerst waar de afwijking zit. Ga bij een fout in de hoes niet meteen goed passend schuim kleiner snijden.
Een sierkussen maken met een eenvoudige hoes
Voor een zacht binnenkussen kun je een hoes maken uit twee panden met een rits, of kiezen voor een envelopsluiting: twee overlappende achterpanden waar het binnenkussen doorheen gaat. Gebruik een patroon dat past bij de maat en volheid van het binnenkussen. Het patroon voor een dik schuimzitkussen neem je hiervoor niet één-op-één over.
Werk je met losse fiberfill, maak dan bij voorkeur eerst een gesloten binnenhoes voor de vulling en een aparte afneembare buitenhoes. Verdeel de vulling in kleine hoeveelheden, ook in de hoeken. Stop wanneer het kussen de gewenste volheid heeft; een vast gewicht per kussen is zonder maat en gewenst resultaat niet zinvol.
Veelgestelde vragen over zelf kussens maken
Welke vulling gebruik je voor een zelfgemaakt kussen?
Voor een vormvast zitkussen kies je passend schuimrubber op basis van belasting, hardheid en dikte. Voor een zacht sierkussen kun je een binnenkussen of losse fiberfill gebruiken. De vulling bepaalt mede welk hoespatroon je nodig hebt.
Hoeveel stof heb je nodig voor een kussenhoes?
Dat hangt af van de kussenmaat, dikte, stofbreedte en het patroon. Teken alle panden inclusief naadtoeslag uit en leg ze binnen de beschikbare stofbreedte. Houd rekening met de print, richting van de stof en een eventuele ritsconstructie. Alleen de oppervlakte van het kussen is onvoldoende.
Kun je een kussen maken zonder rits?
Ja. Voor een zacht binnenkussen kun je bijvoorbeeld een envelopsluiting gebruiken. Je kunt een vulopening ook met de hand dichtnaaien, maar dan is de hoes minder gemakkelijk afneembaar. Voor een dik schuimkussen is een ruime ritsopening vaak praktisch.
Hoe dik moet het schuim van een zitkussen zijn?
Er is geen dikte die voor iedere zitting past. De beschikbare ruimte, ondergrond, belasting en schuimkwaliteit tellen mee. Bij een bestaande hoes moet de kern daarop aansluiten. De 6 cm uit het rekenvoorbeeld is een voorbeeldmaat, geen algemeen comfortadvies.
Passende vulling voor jouw kussens
Wil je zelf kussens maken? Begin bij de toepassing, gewenste afmetingen en het zitgevoel. Bekijk schuimrubber op maat als je een passende kern wilt bestellen. Twijfel je over de kwaliteit of uitvoering? Vraag ons om advies en geef door wat je wilt maken, hoe vaak je het gebruikt en welke dikte beschikbaar is.
